Laatste uurtje heeft geslagen?

Ik sta op het punt een belangrijke beslissing te nemen. Ik heb nu al vier weken een baard die maar geen baard wil zijn. Blijft maar hangen in het sikje-stadium. Ik heb gesprekken met hem gevoerd, “Groei sneller”, maar ja baarden schijnen het tof te vinden om eigenwijs te zijn. Ten opzichte van zijn broertje, die volgens mij een half jaar geleden stierf (r.i.p.) heeft ‘ie iets meer succes, vier mensen hebben ‘m opgemerkt, waar het er vorige keer tweeenhalf waren. Ben er nog niet helemaal uit, de clean babyface is namelijk mateloos populair, die duld geen baardo’s. Hmm.

Het mes roept

Meneertje Schuim popelt

Hmm een moeilijke beslissing, moet er effe over nadenken.
In de tussentijd vertel ik een verhaaltje. Het heet “De wraak van de teringsnor”. Het begint met “Er was eens…” maar dat moet je er nu even bijdenken, het is nu namelijk bijna twee uur ‘s nachts. Ok, komt ‘ie.

Jannez had jaren lang centjes gespaard voor een echte snor en had ‘m nu eindelijk. Op straat kreeg ‘ie complimenten, niet van de minsten. Simone Kleinsma, Jak D’Ancona, Bulletje en Ivo Niehe. Dieuwertje Blok niet te vergeten. Ze wilden er allemaal aan voelen. Kolonel Dutroux gaf ‘m een aai over z’n bol. Willeke van Ammelrooy deed ‘m een doos bonbons kado, van Guylian, van die zeevruchtfiguurtjes. Uit België, tjonge jonge. Bertus Witjes wou ‘m zelfs leren dansen. Zelfs een paar benen met een snor knikte goedkeurend. De jongen genoot met volle teugen maar kon niet wachten tot ‘ie thuis was, zodat ‘ie kon hangen met de snor.

Het was er zo één:

Eenmaal thuis nestelden de jongen en de snor zich op de bank en zette de tv aan. Hij was net van plan te genieten van Leontien Ruiters en Hans van der Togt, toen de snor plotseling uitriep: “Dit is nep man. Ik wil wat anders zien.” Hij besloot de snor zijn zin te geven en zapte verder, naar Sam Sam, jeweetwel die ene met die gozer en die twee vrouwen waarvan één blond is. De snor genoot, hij leek zelfs te glunderen. De twee hadden schik.
“Hé Jannez, bak een ei voor me.” Jannez besloot een eitje te bakken voor de snor, het deed hem deugd om de Harige Haareenheid te zien smikkelen. Soms smakte en kreunde laatstgenoemde zelfs, zoveel geniet ‘ie ervan. Zo ging het maar door en door, ware het niet dat de snor op een gegeven niet één, niet twee, niet drie, nee, maar liefst zevenentwintig eieren per dag eiste. Allemaal met spek. De arme Jannez werd boos. “Eten kannie, maar werreke, ho maar. Da kennie verdorie, da kennie.” Hij was minder van de zeiksnor gaan houden omdat die ‘m steeds meer en meer afsnauwde.
Hij besloot de snor in het aquarium te doen, tussen de vissen. Misschien dat ‘ie daar wat rustiger zou worden. Loekie de goudvis had het verkeerd begrepen en peuzelde de snor op as soon as he dropped in the water. Weg snor. Jannez werd boos. Weg Loekie. Maarrrrr het was te lalalaat. Het kwaad was al geschied, de snor was gone.
Paniek paniek paniek paniek paniek paniek paniek paniek paniek. Het bonnetje had ‘ie al lang niet meer dus teruggaan was geen optie. Hij besloot het maar te proberen zonder de snor. Op straat werd ‘ie uitgelachen, z’n vrienden zongen liedjes over ‘m dat ‘ie zonder snor op een kikker zonder snor leek. Ze hadden best wel gelijk, dus moest ‘ie een nieuwe kopen.
Eenmaal in de nieuwe snorrenwinkel, de ouwe was opgedoekt om mysterieuze redenen, werd ‘ie overrompeld door het aanbod.
Sjeezes, wat een keus. Hij zag zelfs Tatjana Simic, de echte, aan de muur hangen met een snor.
“O, hoi” zei hij.
“Jij bent een leukerd, Jannez” zuchtte ze, “maar je hebt geen snor.” Toen hield ze d’r bek gelijk weer dicht. Hij kon het alleen maar met ‘r eens zijn. De meneer van de snorrenwinkel, een dikkige olijke rauwdouwer, was inmiddels terug op zijn plekketek, achter de toonbank. Maar er viel niet veel te olijken. Het snorrendrama van Jannez was ook bij hem bekend. Hij bekeek de jongen afkeurend. “Wat ben jij een lul, Hannes”. Toen sloeg ‘ie hard op de toonbank.

De jongen moest zich inhouden. Dat de “H” en de “J” dicht bij elkaar liggen, oké, maar een “z” uitspreken als een “s” maakte ‘m laaiend. Hij krrrrrrrde.
De meneer van de snorrenwinkel gaf “Hannes” de prijslijst. Het joch schrok. Toch besloot ‘ie een kansje te wagen. Weliswaar had ‘ie geen centjes meer, maar hij kon wel de lekkerste eieren bakken. Met spek en melk, en uitjes en sjalotjes. Op topdagen konnie zelfs wentelteefjes maken. En pannekoeken, die hij op z’n linkerpink kon ronddraaien. De meneer van de snorrenwinkel bulderde hard. Keihard. “Ik lust geen eieren, gek, ik ben veganist.”

Toen begon de jongen te huilen en hij huilde en hij huilde en hij huilde en hij huilde en hij huilde. Toen ging hij dood in de zee van tranen.

Ok, daar ben ik weer.
Voor de poëten: die laatste zin is niet poetisch/heel diep bedoeld. Het werd gewoon een echte zee en toen ging hij dood want hij kon niet zwemmen. Moraal van het verhaal: snorren doen je pijn.
Ik ben er inmiddels uit en heb besloten de baard nog even te geven, zoiets moet je tijd en vertrouwen schenken. Ik heb er even aan gevoeld, een gebedje gepreveld en een kruisje voor ‘m geslagen. Het ding heeft nog drie weken de tijd. Drie. Tegen iedereen die ik de komende drie weken tegen kom zeg ik: groet niet alleen mij, groet ook de baard. Het is misschien wel de laatste keer dat je ‘m ziet.

Groetjes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: