Waarom

er in hemelsnaam zoveel wezens zijn die het fijn vinden om met één oordopje in naar muziek te luisteren, weet ik ook niet. Als ik binnenkort weer eens een gesprek met God heb zal ik het ‘m vragen. Hoewel het ook voor die man lastig zal zijn om fouten toe te geven. Misschien zal hij toegeven dat het er bijna even idioot uitziet als een lul met een bluetoothgesp achter z’n oor. Of dat hij er misschien voor had moeten zorgen dat die wezens maar één oor kregen. Ik, in ieder geval, vind het altijd vrij ongemakkelijk. Stel dat er een oordopje in mijn linkeroor zit. Voor jouw gevoel misschien niet zo veel aan de hand, maar voor mijn gevoel wel. Mijn rechteroor voelt zich dan namelijk achtergesteld, die mist iets in zijn leven. En dat is niet zo fijn. Binnenkort weet ik het antwoord.
In ieder geval is het nieuws van de dag dat ik vandaag in de metro een buurvrouw tegenkwam waarvan ik niet wist dat ze mijn buurvrouw was. Ze woont iets van zes huizen verder en zei iets over tegen een groene telefooncel aanlopen en dat zij dan pal daarachter woont ofzo. Ik brabbelde maar gauw iets terug over dat het apart is dat mensen bij elkaar in de buurt wonen maar het niet weten. “Ja, jaja” vond zij ervan.
Maar zij kende mij dus, en ook mijn moeder, en we (ik) kenden allebei één van onze medeburen waar zij dan naast woont. Die medebuur die heel aardig is en altijd klaar staat voor anderen enzo.
De vriendin/collega van m’n nieuwe ouwe buurvrouw gilde enthousiast dat ik niet veel hoef te doen om herkend te worden.
“Nee, nee, dat klopt! Ha!” zei ik, en toen mocht ik m’n mond weer houden, aangezien zij verder gingen met praten over hun dag. Ze hebben een vriendin die ervan houdt om gebakken eieren aan te laten branden, en vaak ook aanbiedt om voor anderen een eitje te bakken. En nog ander gespreksvoer wat ik helaas ben vergeten.
Uit beleefdheid had ik m’n zonnebril afgedaan, natuurlijk, toen de dames instapten. M’n Ipod ook. Het was een buurvrouw van minstens 63 jaar dus dan doe je dat wel effe. Omdat ons gesprek na één gezamenlijk halte alweer finito was, moest ik maar effe iets verzinnen wat ik de vijf haltes naar huis kon doen. Gewoon weer muziek luisteren met m’n bril op is tyfusonbeschoft, dus dat viel sowieso af. Misschien willen ze nog wel wat zeggen. Voorzichtig met een oordopje spelen (er zitten van die heerlijk zachte oordophoesjes op) was wel interessant. Dus deed ik dat maar een beetje. En de pootjes van m’n H&M zonnebril zagen er ook wel leuk uit. Ze buigen naar beneden enzo. Iets later deed ik voorzichtig één oordopje in m’n oor. M’n linkeroor. Had de muziek stiekem aangezet. En weetjewat? ’t klonk voor geen meter. M’n rechteroor had het gevoel dat ‘ie veel miste, en dus besloot ik dat ik maar aan God zou vragen waarom sommige mensen het wel fijn vinden.
Toen we Station Diemen Zuid aan ’t naderen waren stond de buurvrouw op. Ik zat er eerst over te denken om een halte later uit te stappen en dan langer naar huis te moeten lopen. Ik gunde het mezelf om niet uit beleefdheid naast haar te lopen en nog een gesprek ofzo te voeren. Maar ik stapte gewoon ná haar uit, haalde haar in, en keek vervolgens niet meer achterom.
Nu voel ik me een held.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: