Archive for december, 2009

Lunch met Piet “Pietje” Parkiet (2)

december 27, 2009

Ik las net deel 1 en dacht hé, dat was wel een leuk verhaal. Dus heb ik nu deel 2 geschreven.
Misschien wel een wat minder deel, maar dat komt omdat ik op bed zit met mijn laptop op schoot. Da’s toch een beetje een ander gevoel.

Nou, hier gaat ‘ie dan…


Voordat Parkiet zijn zin kon afmaken was daar Duitse Dolly met de pronte borstjes, die besloot bij ons aan tafel te komen zitten. Ze sprak geen woord Duits, zou Piet later vertellen, maar de mensen vonden haar Duitsig blond eruit zien dus werd één plus één twee ofzo.
Parkiet schonk zichzelf bij.
“Goeiedag, Dolly”
“Hallo Parkiet” klonk het schor.
Ze keek mijn kant op, gaf me een knikje. Pulkte wat spul onder haar nagels vandaan.
Een “Wie is die andere vent?” kon haar te weinig schelen.
“Thee?”
“Cappucino, Parkiet, cappucino”
Piet Parkiet schonk een kop thee in voor de vijftigplusser die in sommige huishoudens (Roemeense, Sloveense, of ander spul in die richting) nog best op een ondergespoten poster op een deur naar één of ander kamertje zou kunnen voorkomen.
Ze trakteerde hem op een glazige blik.
Parkiet keek op zijn horloge. Hij had niet de hele dag de tijd.
Zeker niet voor gewezen hoeren.
“Wat moet je, Dolly? De usual?”
Het mens knikte.
Parkiet graaide een miniatuurenvelopje uit zijn bruine aktentas en schoot het naar haar toe, met z’n vingers (zoals men snotjes wegschiet). Een katapult vond hij wat te ver gaan. Hij beheerst allerlei wapentechnieken, dus ook de katapulttechniek (hij wist precies hoeveel vaart en hoeveel kracht hij moest gebruiken), maar hij pronkte liever niet met zijn collectie. Althans, niet bij daglicht en dat soort gedoe. Ook al was het een katapult van hout van een speciaal voor katapults, katapulten, gekweekt Konikoiboompje.
Had hij overgehouden aan een zakenreis naar Japan. Het volk waar hij destijds zaken mee deed kon hem niet betalen, tot hun grote spijt, dus mocht hij iets kiezen uit hun collectie om hen mee te verminken.
Gekke vogels die Japanners.
Afin, hij had het ding niet eens bij zich.
Duitse Dolly nam het envelopje aan en sjokte naar een auto toe, een donkerharig manspersoon aan het stuur.
“Dat mens had nooit bij me weg moeten gaan” zei Parkiet, hoofdschuddend.
“Kijk eens hoe het ding er aan toe is,” verzuchtte Parkiet.
Hij wees haar na.
“Wat jij? Wat weet je van vrouwen?”
Ik haalde m’n schouders op.
“Ze hebben borsten,” zei ik. “Sommige groot. Anderen wat kleiner. Weer anderen bijna niets. Die hebben het moeilijk.”
Parkiet knikte, schonk ons bij.
“Zo. Waar waren we?”
“Het Vialli-verhaal”
Parkiet knikte wederom.
“Ken je Marco Canizares?”
Nee, die ken ik niet.
“Marco Canizares?”
Een bedelaar (of is het een dakloze?) komt naast onze tafel staan.
“Goedendag, meneer Parkiet…”
“Jan…”
“Meneer Parkiet, in deze koude tijden…”
Dan realiseert Jan zich dat de zon schijnt en dat terraspubliek dus niet voor niets zweetdruppeltjes wegveegt.
Hij murmelt nog zoiets als “Eh, warme…”
Een lange stilte vervolgens. Enigszins ongemakkelijk; als een dik wijf op een hobbelpaardje.
“Je vergist je, John”
“Ik heb weinig geslapen, meneer Parkiet”
“Slecht verhaal, Jan.”
Wederom een lange stilte.
“Kunt u wat missen?”
“Jan, ik ben de minste niet”
Parkiet schoof de, naar nu dus bleek bedelaar, een mand Lotuskoekjes toe. Een royaal gebaar, vond hij zelf.
“Jan,” vervolgde hij
“Jan, als je deze weet te verkopen neem ik je in dienst”
“U maakt een grapje, meneer Parkiet?”
“Heb je me wel eens een grapje horen maken, Jan?”
Dat was iets dat je niet kon zeggen van Parkiet. Hij mocht dan graag lachen, grapjes gingen er echter niet in.
“Neem je dit aanbod aan of niet?”
“Moet ik speculaas zeggen of speculoos?”
De bedelaar was blijkbaar op de hoogte van de eeuwenoude discussie tussen speculooszeggers en speculaaszeggers.
“Mij een biet” bromde Parkiet
De sloeber pakte de mand van tafel en sjokte weg.
Parkiet nam een grote slok thee (iets wat hij alleen deed als hij zich ergens aan ergerde).
“Zo. Waar waren we? Zocht jij nou werk?”

(De koeken worden geserveerd in dit soort manden):

Advertenties

Ik

december 26, 2009

Keek naar een glas jus d’orange en nam een slok, maar het smaakte niet naar cola.

Ik sprak ooit de woorden

december 26, 2009

“En dan loop je ook nog eens een kwartier door de stromende regen. Blijkt Maastricht toch geen ander land te zijn…”

Maar niemand hoorde het; ik was alleen.

De afgelopen maand

december 26, 2009

Had ik heel erg veel trek in bloedsinaasappelijs.
Misschien was ik daarom wel zo lang afwezig.

Kort verhaal

december 26, 2009

“Mooi, zo’n beeld van kruisende eenden, vind je niet Jan-Arie?” zei Arie-Jan (37) tegen het zoontje van drie
Toen reed een auto ze omver.

Een

december 26, 2009

Ouwe vent vroeg een oud wijf of ze dronken was. Ze zei “Nee, doe maar thee.”

Een meisje

december 26, 2009

Vond mijn ogen mooier dan die van haar.
Ik ook.

Afgelopen nacht

december 26, 2009

Toen ik thuiskwam, zei ik “Gefeliciteerd Jezus” en dat kwam er cynisch uit maar ik bedoelde het niet cynisch. Dus als Jezus dit leest: ik wou je/u gewoon oprecht een fijne verjaardag toewensen. Excuses voor een eventueel misverstand.