De poëzie riep me

Ooit, ik denk in 2006, schreef ik de eerste vijf regels van onderstaand gedicht. Het leek af, maar ik had toch het gevoel dat er iets miste. Nu, vier jaar later, kwam het tot me. Gisteravond. Het gedicht heeft nog geen naam.
NB Het nieuwe gedeelte is dikgedrukt.

Ken je dat verhaal van die jongen van verderop? Ook wel bekend als Bolle Peet?
Hij zat ‘r hulpeloos bij, als een kind dat voor het eerst pindakaas eet
Wat hem zojuist is overkomen, kwam niet eens voor in z’n naarste dromen
Pas 38 jaar en z’n vrouw kwijt door een tumor
Hij kon het er wel van inzien, de humor
Daar zat ‘ie dan aan tafel, te kauwen, op een kleffe wafel
Z’n vrouw in een kist, en nog niemand die het wist
Hij begon te lachen, te grijnzen, te glunderen
Hoe had ‘ie zo kunnen blunderen?
Hoe had ‘ie daarmee kunnen trouwen?
Hij wist toch dondersgoed wat er dan gebeurt met vrouwen?
Peet stond op en riep “Dank U wel God!”
Liep naar buiten, en kwam onder een auto
Het einde van dit plot

En dit bedacht ik vanmorgen:

De hoeren in Etten-Leur zagen er slecht uit, vond Marcus van Kampen.
“Tja, dat krijg je als je jezelf bewerkt met tangen” schokschouderde hij.
Hoeren uit Etten-Leur dachten dat ze aantrekkelijker werden als ze zichzelf met tangen bewerkten.
Niet dus, was de conclusie van Marcus.

Ook wel leuk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers liken dit: